NL EN FR

Publicaties

Yoga en Wetenschap

In de wandelgangen heeft yoga soms een waas van vaagheid, mysterie en iets ongrijpbaars om zich heen hangen. Het westen is met name bekend geraakt met de fysieke onderdelen uit de yoga, zonder zich af te vragen waar al deze houdingen voor bedoeld zijn. Uiteindelijk blijkt er achter die houdingen een wereld van kennis te zitten die op een sublieme manier is uiteengezet in de bekende Yoga Sūtra’s van Patañjali.

In dit artikel wil ik laten zien hoe daar een uitgewerkt systeem in te zien is. Dit om een duidelijker beeld te geven, want: “Yogabeoefening is geen gestuntel in het onbekende” maar een uitgewerkt en doordacht systeem.

De filosofie
(Sūtra’s van Patañjali door Taimni, blz. XI)
Wie dit boek bestudeerd, zal merken dat deze Wetenschap der Wetenschappen te veelomvattend van aard is en te diepzinnig in zijn leerstellingen om in een bepaalde filosofie te worden ingepast, of deze nu oud of modern is. Het kan zich terecht een wetenschap noemen, gebaseerd op de eeuwige wetten van hogere leven, en heeft de steun niet nodig van welke wetenschap of welk filosofisch stelsel dan ook om zijn aanspraken te doen gelden. De waarheden van yoga zijn gebaseerd op de ervaringen en experimenten van een ononderbroken reeks van mystici, occultisten, heiligen en wijzen, die deze ervaringen door de eeuwen heen hebben gerealiseerd en er getuigenis van hebben afgelegd. Ofschoon hier een poging is gedaan om op grond van de ratio een uitleg te geven van de leringen van yoga, opdat de leerling ze gemakkelijk zal kunnen vatten, is er geen poging in het werk gesteld iets in de gewone zin van het woord te bewijzen. De feiten van de hogere yoga zijn noch te bewijzen noch te demonstreren. Ze beroepen zich op de intuïtie en niet op het intellect.
Er is een uitgebreide literatuur die zich met alle aspecten en soorten van yoga bezighoudt. Maar de beginneling, die probeert een duik te nemen in deze chaotische massa, zal waarschijnlijk een gevoel van tegenzin krijgen door de verwarrende en overdreven beweringen, die hij overal zal tegenkomen. In de loop van duizenden jaren is er om de kleine kern van de fundamentele en waarachtige leringen van yoga een geweldige hoeveelheid onwaarachtige literatuur gegroeid, samengesteld uit commentaren, uiteenzettingen over minder belangrijke stelsels van yogacultuur en tantrische oefeningen. Iedere onervaren leerling, die dit oerwoud van teksten betreedt, zal zich onthutst voelen en eruit tevoorschijn komen met een gevoel dat het nastreven van het ideaal van yoga toch wel tijdverspilling kon blijken te zijn. Daarom doet de leerling er goed aan zich tot de fundamentele boekwerken te bepalen om verwarring en frustratie te vermijden. In deze fundamentele werken over yoga treden de Yoga Sūtra’s van Patañjali naar voren als het meest gezaghebbende en bruikbare boek. In zijn 196 sutra’s [aforismen] heeft de auteur de essentiële filosofie en techniek van de yoga dusdanig kort samengevat, dat het een wonderbaarlijke beknopte en systematische uiteenzetting is geworden. Wie dit boek voor het eerst, oppervlakkig, doorneemt, vindt misschien dat de materie vreemd en onsystematisch behandeld is, maar wanneer hij er zorgvuldig en dieper op ingaat, zal het rationele standpunt van de benadering duidelijk worden.

Patañjali en de vier hoofdstukken
Patañjali deelt het boek in vier hoofdstukken in (blz XII).
In deel één houdt hij zich bezig met de algemene aard van yoga en de techniek. De bedoeling van dit deel is eigenlijk antwoord te geven op de vraag: ‘Wat is yoga?’. Aangezien samādhi in essentie de techniek van yoga is, neemt het dus vanzelf de belangrijkste plaats in onder de diverse onderwerpen die erin behandeld worden.
Het eerste stuk van het tweede deel gaat over de filosofie van de Kleśas en wil een antwoord geven op de vraag: ‘Waarom moet iemand eigenlijk yoga beoefenen?’. Het geeft een meesterlijke analyse van de toestanden van het menselijk leven; de misère en het lijden die aan deze toestanden inherent zijn. Iemand die het pad van yoga op wil gaan met het onwrikbare besluit om leven na leven te volharden totdat hij het doel bereikt heeft, moet de filosofie van de Kleśas grondig doorhebben.
Het tweede stuk van deel twee houdt zich bezig met de eerste vijf oefeningen van de yogatechniek die bahiranga, uiterlijk, genoemd worden. Dit zijn de voorbereidende oefeningen en de bedoeling is, dat ze de sādhaka geschikt maken voor de beoefening van samādhi. Aangezien dit deel probeert de leerling fysiek, mentaal, emotioneel en moreel geschikt te maken voor de beoefening van de hogere yoga, wordt het Sādhana Pada genoemd.
Het eerste stuk van deel drie houdt zich bezig met de overblijvende drie oefeningen van de yogatechniek, die men antaranga of innerlijk noemt. Met behulp van deze oefeningen, die hun hoogtepunt bereiken in samādhi, ontwart men alle geheimen en verborgenheden van het leven als yogi en verkrijgt men de siddhi’s, de vermogens. In het tweede stuk van deel drie worden deze verworvenheden in detail besproken en daarom heet het Vibhuti Pada.
In het vierde en laatste deel worden al die essentiële filosofische problemen uiteengezet die betrokken zijn bij de studie en beoefening van yoga. De aard van het denkapparaat en de mentale waarneming; van begeerte, met bindingen en gebondenheid als resultaat; van de bevrijding en al wat er uit voortspruit – dit alles wordt beknopt maar systematisch behandeld, om de leerling in staat te stellen een toereikende achtergrond van theoretische kennis te verkrijgen. Daar al deze onderwerpen op de een of andere wijze in verband staan met het verkrijgen van Kaivalya (moksha, volledige bevrijding), heet dit deel Kaivalya Pada.

Door zijn alomvattende en systematische behandeling van het onderwerp zijn de Yoga Sūtra’s het meest geschikte boek voor een diepgaande en systematische studie van yoga.

Yoga en Wetenschap
(Sūtra 4.1)
Yogabeoefening is niet gestuntel in het onbekende om een vaag geestelijk ideaal te bereiken. Yoga is een wetenschap, gebaseerd op een volmaakte toepassing van goed omschreven middelen om te komen tot een weliswaar onbekend maar bepaald doel. Yoga houdt rekening met alle factoren, die betrokken zijn bij het bereiken van het doel en verschaft een volmaakt samenhangende filosofische achtergrond voor de oefeningen, die er het meer essentiële van uitmaken. Het is waar, dat de leringen, die deze theoretische achtergrond vormen, niet zonder meer rationeel of begrijpelijk zullen voorkomen, maar dat geldt voor elk soort kennis die problemen van onbekende aard behandelt. Alleen van mensen die diep nagedacht hebben over dit onderwerp en in elk geval vertrouwd zijn met de elementaire leringen van de yogafilosofie kan verwacht worden dat ze waardering hebben voor de verheven en welhaast onberispelijke gedachtegang, die de basis vormt van de ogenschijnlijk onsamenhangende begrippen.

Īsvara / God
(Sūtra 1.23]
De sūtra’s die slaan op Īsvara, hebben aanleiding tot controversen gegeven onder de geleerden, omdat Sāmkhya geacht wordt een atheïstische leer te zijn en yoga geacht wordt op Sāmkhya gebaseerd te zijn.
De verhouding tussen yoga en Sāmkhya is eigenlijk nog niet beslissend vastgelegd, hoewel de filosofie van yoga zo innig met die van de Sāmkhya verbonden is, dat het yogastelsel wel eens Sesvara Sāmkhya wordt genoemd. Maar de praktische bestudeerder van yoga hoeft zich over deze theoretische kwesties van de filosofie niet het hoofd te breken. Yoga is een wetenschap van de praktijk en iedere wetenschap van de praktijk heeft over het algemeen een theoretische basis, die in werkelijkheid al dan niet nauwkeurig kan overeenkomen met de feiten die de ware basis van die wetenschap vormen. Aangezien het door Patañjali geschetste yogastelsel in essentie een wetenschappelijk stelsel is, was het voor hem niet te vermijden dat speciale systeem van filosofie te aanvaarden als theoretische basis van zijn yoga, die uiterst wetenschappelijk is in zijn visie en alomvattend in zijn behandeling. Dat voor dit doel de keuze viel op Sāmkhya was daarom volkomen natuurlijk. Maar dat houdt vanzelfsprekend niet in, dat yoga gebaseerd is op Sāmkhya of dat het dat stelsel op de voet volgt. Het feit op zichzelf, dat het van Sāmkhya verschilt op dit uiterst fundamentele punt betreffende Īsvara en een onafhankelijke methode aan de hand heeft gedaan om samādhi te ervaren door Īśvara-Praṇidhāna, toont aan dat deze ogenschijnlijke gelijkheid van de twee stelsels niet al te ernstig opgevat moeten worden. Het feit, dat ofschoon Sāmkhya zich zeer uitvoerig bezighoudt met theoretische problemen, maar zwijgt ten aanzien van de praktische methoden om verlossing te verkrijgen uit de slavernij van avidyā, is eveneens van grote betekenis. Het bewijst, dat het stelsel niets anders bedoelde te zijn, dan een zuiver theoretische filosofie die een wetenschappelijke en uiterst aannemelijke, in intellectuele termen vervatte, theorie over het leven en het universum aanbood. De waarachtige waarheden van het bestaan moeten door ieder mens regelrecht voor zichzelf ontdekt worden door een praktisch stelsel te beoefenen zoals dat wat in de Yoga Sūtra’s is geschetst.

De Yogi’s gaven de kennis niet als dogma’s door, die enkel geloofd dienden te worden, maar middels rationele uiteenzettingen. Zij beredeneerden de waarheid die zich vanuit de directe ervaring had laten kennen. De filosofie voorziet niet zozeer in het ontdekken van waarheden, maar veeleer in het verstandelijk uitleggen en begrijpelijk maken ervan.
De Yogi’s hebben deze waarheden echter niet op eenzelfde manier doorgegeven, maar a.h.w. in verschillende toonaarden, afgestemd op verschillende states of mind.
Deze teksten dragen hopelijk bij aan het besef dat yoga meer is dan slechts de fysieke benadering. Dat yoga meer een levensvisie is, en een uitgewerkt pad beschrijft wat de mens naar zijn werkelijk innerlijke kern kan brengen. Door de ervaring van deze kern zal de persoon een diepe ervaring krijgen van ‘eenheid in diversiteit’. Vanuit deze eenheid bewandelt de beoefenaar het tot in detail beschreven pad dat gericht is op volledige bevrijding.

 

Op zoek naar verdieping?   Neem contact met ons op!